Resultaten en aanbevelingen onderzoek scheefwonen

scheef-wonen

Bij het afsluiten van het woonakkoord tussen de Woonbond en Aedes afgelopen juni, maakten partijen ook de afspraak dat zij het scheefwonen in Nederland zouden laten onderzoeken. Scheefwonen komt voor als iemand weinig huur betaalt ten opzichte van zijn inkomen (goedkope scheefheid) of wanneer iemand veel huur betaalt ten opzichte van zijn inkomen (dure scheefheid). ABF Research voerde het onderzoek uit en publiceerde in oktober het rapport hierover.

De cijfers
In Nederland wonen ongeveer 750.000 huurders scheef:

  • 418.000 van hen hebben een inkomen hoger dan 38.000 per jaar. Zij horen niet tot de doelgroep van volkshuisvesting die door de minister is bepaald. Deze mensen wonen te goedkoop. Dit is de groep huurders die plaats moeten maken voor huurders met een lager inkomen.
  • 332.000 huurders wonen te duur. Hier is de betaalbaarheid en het beslag op een bijdrage van de huurtoeslag het knelpunt.

Scheefwonen op langere termijn
Het aantal mensen dat te goedkoop woont neemt af. Dit komt voornamelijk omdat de corporaties uitsluitend nog toewijzen aan de doelgroep, de krimp in de inkomens en door de hoge (boven inflatoire) huurverhogingen.

De groep scheefwoners is geen vaste groep. Er is veel verloop binnen de groep.
Huishoudens die 5 jaar gelden een te goedkope woning kregen, zijn voor 55% al weer woonachtig in een passende woning. De helft van deze groep is verhuisd, of heeft een hogere huur gekregen en de andere helft heeft nu een lager inkomen.

Scheefwonen vindt vooral plaats in de steden, en goedkoop scheefwonen vooral in gebieden met een krappe woningmarkt. In Amsterdam is dat bijvoorbeeld omdat mensen lang op hun woning blijven zitten. De woningen zijn relatief klein waardoor de maximale huren laag waren. De kans op een passender maar toch betaalbare woning is echter gering. Daarom is de doorstroming beperkt.

Oplossingen
ABF Research stelt de volgende oplossingen voor:

  • Vergoten van het segment tijdelijke woonruimten, meer tijdelijke contracten dus. Hierdoor kan na afloop van de contractstermijn opnieuw bepaald worden of de woning en de huurprijs passend zijn en indien dit niet het geval is kan of de huur worden aangepast of de huurder krijgt geen verlenging van zijn contract.
  • Voor de lange termijn zou de woningmarkt vrij moeten zijn van overheidsbemoeienis: alle expliciete en impliciete subsidiëring in de koop en de huurmarkt moet worden beëindigd waardoor er meer keus komt op de woningmarkt en de prijs zich beter gaat verhouden tot de kwaliteit van een woning.

Daarnaast zou er een woontoeslag moeten bestaan voor de laagstbetaalden.
Een laatste oplossong is meer, goedkoop bouwen door de corporaties zodat de schaarste op de markt afneemt en het duur scheefwonen kan worden vermeden. Helaas zijn de grondprijzen vaak zo hoog dat betaalbaar bouwen voor corporaties moeilijk is.

Zie ook: 

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on Google+Share on LinkedInPin on PinterestShare on TumblrBuffer this pageEmail this to someone